Vrijdag 1 juni 2007
Vandaag is het alweer vrijdag en daarmee zijn de laatste twee dagen van onze vakantie op IJsland aangebroken. Het is een vreemd idee dat deze bijzondere reis langzaam ten einde loopt, want het voelt alsof we pas net gewend zijn geraakt aan het ruige landschap, de frisse lucht en de eindeloze vergezichten.
Waterval van 196 meter hoogte
Deze laatste dagen verblijven we nog in Reykjavik, dus in principe zouden we het rustig aan kunnen doen. Toch besluiten we na het ontbijt opnieuw de auto in te stappen om de Glymur te gaan bekijken. Deze indrukwekkende waterval was jarenlang bekend als de hoogste van IJsland en stort zich van ongeveer 196 meter naar beneden in een smalle, diepe kloof. Alleen de rit ernaartoe is al prachtig, met stille wegen, ruige berghellingen en steeds weer dat typische IJslandse landschap dat blijft verrassen.
Bij het begin van het wandelpad merken we al snel dat deze tocht pittiger zal worden dan we dachten. Achteraf blijkt het een behoorlijk zware wandeling te zijn, met losse steentjes, rotsen, kuilen, modderige stukken, kleine beekjes en steile hellingen. Het pad vraagt voortdurend om oplettendheid, maar juist dat maakt het ook avontuurlijk. Na ongeveer een uur klimmen bereiken we uiteindelijk het punt vanwaar we de Glymur goed kunnen zien, en dat uitzicht maakt alle inspanning meteen de moeite waard.
Het blijft indrukwekkend om te zien hoe het water met enorme kracht en een doffe dreun de diepte in stort. De combinatie van de hoogte, de smalle kloof en het geluid van het vallende water maakt het tot een onvergetelijk natuurmoment. Daarna moeten wij zelf natuurlijk ook weer naar beneden, al ging dat een stuk minder snel en soepel dan het water. De afdaling was zeker niet eenvoudiger dan de klim omhoog, maar gelukkig zijn we uiteindelijk heelhuids weer bij de auto aangekomen. Moe, maar voldaan kijken we terug op een wandeling die spannend, zwaar en vooral ontzettend mooi was.
Badderen en spelen met modder in Blue Lagoon
Na deze actieve ochtend rijden we door naar de Blue Lagoon, ofwel Bláa Lónið, wat opnieuw neerkomt op een rit van ongeveer 100 kilometer. Zodra we aankomen, verandert de sfeer direct: na het stoere wandelwerk van eerder op de dag voelt deze plek als pure verwennerij. De Blue Lagoon ligt midden in een donker lavalandschap en het melkachtig blauwe water vormt daarmee een bijzonder contrast. Het warme, mineraalrijke geothermische zeewater is gemiddeld tussen de 37 en 40 graden en nodigt meteen uit om helemaal tot rust te komen.
Eenmaal in het water is het genieten geblazen. We dobberen ontspannen rond terwijl de warme damp om ons heen hangt en de vermoeidheid van de wandeling langzaam uit onze benen trekt. Natuurlijk proberen we ook het bekende witte silica-moddermasker uit, dat niet alleen goed zou zijn voor de huid, maar er ook grappig uitziet: overal om ons heen zien we gezichten met witte strepen en maskers. Het geeft een bijna onwerkelijk, maar ook heel gezellig beeld. De Blue Lagoon is wat ons betreft echt een aanrader voor iedereen die IJsland bezoekt. Na een dag vol inspanning en ontspanning sluiten we deze tiende vakantiedag af met het gevoel dat we opnieuw iets heel bijzonders hebben meegemaakt.
















Geef een reactie